2020 : eerste uitkering van voorheen aangelegde liquidatiereserves mogelijk !

Fiscale tips accountant boekhouder liquidatiereserve

Vennootschappen die voldoen aan de kmo-vereiste hebben de mogelijkheid tot het aanleggen van liquidatiereserves. Mits betaling van een anticipatieve heffing van 10% bovenop de vennootschapsbelasting kan bij vereffening van de vennootschap deze reserve belastingvrij worden uitgekeerd. Er is geen supplementaire roerende voorheffing verschuldigd op dat ogenblik.

Aanleg en uitkering van liquidatiereserves mag trouwens niet verward worden met een andere, vroegere maatregel van artikel 537 WIB 92 die in de praktijk omschreven wordt als de vastklikoperatie of nog de interne liquidatie. Dit ging gepaard met uitkering van reserves aan 10% gevolgd door een verplichte kapitaalverhoging. Bij die maatregel is er een wachttermijn van 4 jaar voor kmo’s en 8 jaar voor grote vennootschappen.

Aanleg en uitkering van liquidatiereserves mag eveneens niet verward worden met een andere, nog bestaande maatregel van art 269 §2 WIB92 die in de praktijk omschreven wordt als de VVPRbis regeling waarbij het mogelijk is, mits te voldoen aan een lange reeks voorwaarden, gewone dividenden (niet bij vereffening !) uit te keren aan een roerende voorheffing van 15% in plaats van 30% roerende voorheffing.

Uitkering liquidatiereserves voorafgaand aan de ontbinding

 Mogelijks is het niet wenselijk de middelen van de vennootschap op te sparen tot bij de ontbinding van de vennootschap. Indien de liquidatiereserves worden uitgekeerd na meer dan 5 jaar na aanleg is er een bijkomende roerende voorheffing van 5%.

De 5-jarige periode is te rekenen vanaf de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de liquidatiereserve is aangelegd. Bij uitkering wordt verondersteld dat de oudst aangelegde liquidatiereserve eerst wordt aangetast.

Jaarrekeningen die afsluiten per 31.12, en die per 31.12.2014 (aanslagjaar 2015) een eerste liquidatiereserve hebben aangelegd, kunnen deze in principe dus uitkeren op de algemene vergadering van 2020 mits betaling van een bijkomende roerende voorheffing van 5%.

Indien de vennootschap op het ogenblik van de uitkering van de liquidatiereserve geen kmo-vennootschap meer is, speelt dit geen rol. De kmo-vereiste is van toepassing bij het aanleggen van de liquidatiereserve.

Boekhouding

Voor de praktische opvolging van de liquidatiereserves is het aan te bevelen om per jaar een afzonderlijke subrekening aan te leggen in de boekhouding.

Fiscaal

Uiteraard zal de fiscus nauwlettend toezien op de juiste toepassing van de liquidatiereserves.

In een bericht van 8 juni 2019 heeft de fiscus trouwens aangegeven dat een vennootschap onder meer een hoger risico heeft op een controle als zij de voorwaarden bij het aanleggen van een liquidatiereserve niet heeft nageleefd.

De liquidatiereserve dient onder meer overgeboekt te zijn naar een afzonderlijke rekening van het passief. Tevens dient de vennootschap bij aanleg van liquidatiereserves een opgave 275 A toe te voegen bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting.

Aanleg liquidatiereserves niet altijd wenselijk

Niettegenstaande het systeem van de liquidatiereserves in principe aan te raden is bij  kmo’s dient toch steeds overwogen te worden als het wel verstandig is om een liquidatiereserve aan te leggen en dus over te gaan tot betaling van een bijkomende anticipatieve heffing van 10%. We zijn overtuigd dat in de praktijk situaties zullen ontstaan waarbij de betaling van deze 10 % nutteloos zal geweest zijn.

Denk bv. aan de situatie dat op korte termijn na het aanleggen van de liquidatiereserve de aandelen van de vennootschap worden verkocht aan een derde.  Of dat de bedrijfsleider hoe dan ook er van uitgaat dat hij zijn vennootschap volledig zal kunnen overdragen aan een derde zonder voorafgaandelijke uitkering van reserves. Ook indien de aandelen van de vennootschap reeds in het bezit zijn van een holding is het uiteraard zinloos om voor de onderliggende vennootschap toepassing te maken van het systeem van de liquidatiereserves.

Vennootschappen in vereffening

Een vennootschap die reeds in vereffening is kan op de winsten die nog gerealiseerd worden tijdens de vereffening eveneens het systeem van liquidatiereserves toepassen.