Hervorming vennootschapsbelasting – een greep uit de vele maatregelen.

Fiscale tips accountant boekhouder vennootschapsbelasting

Op vrijdag 22 december 2017 werd de hervorming vennootschapsbelasting door het Parlement gestemd.  De hervorming maakt deel uit van het zomerakkoord van de regering Michel. Hierbij geven wij u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Tariefdaling

Vanaf aanslagjaar 2019 (en verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01.01.2018) bedraagt het basistarief 29,58% (incl. crisisbijdrage). Het basistarief daalt vanaf aanslagjaar 2021 (en verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf  01.01.2020) verder naar 25% (de crisisbijdrage wordt afgeschaft).

KMO vennootschappen kunnen genieten van een verlaagd tarief van 20,4% (incl. crisisbijdrage) t.e.m. aanslagjaar 2020 en 20,00% (0% crisisbijdrage) vanaf aanslagjaar 2021, op de eerste schijf van
100.000,00 EUR. Om te kunnen genieten van dit verlaagd tarief moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn:

  • de vennootschap mag geen aandelen bezitten waarvan de totale waarde een bepaalde grens overschrijdt (ongewijzigd)
  • de aandelen die het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen moeten voor minstens 50% in handen zijn van natuurlijke personen (ongewijzigd)
  • de vennootschap moet een KMO vennootschap zijn conform art. 15, §§ 1-6 W. Venn.
  • de minimale bedrijfsleidersbezoldiging aan een bedrijfsleider – natuurlijke persoon is 45.000,00 EUR (voorheen was dit 36.000,00 EUR)

De 13 % dividendregel is geschrapt.

Ook KMO’s met meer dan 100.000,00 EUR belastbare winst kunnen genieten van het verlaagd tarief. Enkel de winst boven 100.000,00 EUR wordt dan belast tegen het gewoon tarief.

Afzonderlijke aanslag bij onvoldoende bedrijfsleidersbezoldiging

Vanaf aanslagjaar 2019 is een afzonderlijke heffing verschuldigd indien geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging wordt toegekend. De vennootschap dient minstens 45.000,00 EUR toe te kennen aan een bedrijfsleider – natuurlijke persoon. Kent de vennootschap een te kleine wedde toe, zal op het verschil een afzonderlijke heffing van 5% verschuldigd zijn. Deze heffing zal 10% bedragen vanaf aanslagjaar 2021.

Er zijn wel enkele uitzonderingen:

  • Indien het belastbaar resultaat < 45.000,00 EUR dient de bezoldiging ten minste gelijk te zijn aan het belastbaar resultaat
  • Voor kleine vennootschappen is de sanctie niet van toepassing in de eerste vier belastbare tijdperken
  • Voor verbonden vennootschappen wordt in bepaalde situaties het totaal van de bezol-digingen getoetst aan een verhoogd drempelbedrag van 75.000,00 EUR

Kapitaalverminderingen

Vanaf 2018 wordt een kapitaalvermindering fiscaal pro rata aangerekend op het gestort kapitaal, op de belaste reserves en de in kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves. Dit heeft tot gevolg dat er roerende voorheffing verschuldigd is op het (pro rata) deel reserves. Diverse reserves worden echter uit de pro rata berekening gehouden waaronder de wettelijke reserves en de liquidatiereserves. Bovendien geldt de nieuwe regeling niet voor de kapitaal-verminderingen van vastklikkapitaal. (art 537 wib 1992)

De nieuwe regels zijn van toepassing op kapitaalverminderingen die worden beslist door de algemene vergadering vanaf 1 januari 2018.

Meerwaarden op aandelen

De vrijstelling van meerwaarden op aandelen is vanaf aanslagjaar 2019 verbonden aan volgende voorwaarden:

  • Taxatievoorwaarde: de winst in hoofde van de vennootschap die de aandelen uitgeeft is belast. Zijn dus uitgesloten: aandelen van een vennootschap die niet aan de vennoot-schapsbelasting is onderworpen of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als de vennootschapsbelasting. En aandelen van een vennootschap die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België.
  • Permanentievoorwaarde: de aandelen moeten minstens een ononderbroken periode van 1 jaar zijn behouden.
  • Participatievoorwaarde (toevoeging vanaf aanslagjaar 2019): de aandelen vertegen-woordigen een deelneming van minstens 10% in het kapitaal van de vennootschap die de aandelen uitgeeft of de aandelen hebben een aanschaffingswaarde van ten minste 2,5 miljoen euro.

Om te bepalen of de verwezenlijkte meerwaarden al dan niet kunnen worden vrijgesteld, wordt ook rekening gehouden met de afwijkingen van de DBI-voorwaarden. Bij het niet respecteren van de permanentievoorwaarde is een afzonderlijk tarief van 25,50% van toepassing op de gerealiseerde meerwaarde. Het niet respecteren van de taxatie- en of participatievoorwaarde heeft tot gevolg dat de meerwaarde aan het standaardtarief belast wordt.

Daarnaast is vanaf aanslagjaar 2019 het minimumtarief van 0,40% op meerwaarden gerealiseerd door grote vennootschappen afgeschaft.

Voorafbetalingen

De basisrentevoet voor de berekening van de vermeerdering is verhoogd. De belastingvermeerdering voor vennootschappen is dus minstens 6,75%. Het niet (tijdig) voorafbetalen is dus een pak duurder.

Investeringsaftrek

De investeringsaftrek van 8% is verhoogd naar 20% voor investeringen gedaan tussen 01.01.2018 en 31.12.2019.

Overige

Naast deze maatregelen zijn nog tal van wijzigingen doorgevoerd. Hierbij een korte opsomming van de overige wijzigingen vanaf aanslagjaar 2019 (de eerste hervomingsfase):

  • Verhoging DBI aftrek van 95% naar 100%
  • Autokosten in detail doorgerekend aan derden zijn voor 100% aftrekbaar bij degene die ze doorrekent
  • Uitbreiding vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek
  • Investeren in groeibedrijven is fiscaal aantrekkelijker
  • De notionele intrestaftrek blijft bestaan maar in een uiterst beperkte vorm.
  • De aanleg van een investeringsreserve wordt afgeschaft.
  • Nieuwe volgorde van aanrekening van aftrekken met invoering van een minimum belastbare basis  
  • Bij vestiging van een supplement naar aanleiding van een controle wordt een effectieve taxatie toegepast (geen verrekening van overgedragen verliezen of andere overgedragen aftrekbare bestanddelen)
  • Hervorming moratorium- en nalatigheidsintresten
  • Aanpassing vrijstelling bij inschakelingsbedrijven
  • Verhoging van de minimum belastbare winst als sanctie bij niet-indiening van de aangifte vennootschapsbelasting
  • Vooruitbetaalde kosten zijn niet langer meer integraal aftrekbaar in het jaar van hun vooruitbetaling
  • De mogelijkheid tot aanleg van een belastingvrije voorziening voor risico’s en kosten is beperkt
  • Meerwaarden in het kader van gespreide taxatie waarbij niet voldaan is aan de herbelegging worden belast tegen het tarief dat van toepassing was op het moment dat de meerwaarde gerealiseerd werd
  • Beperking van de aftrekbaarheid van de DBI-overschotten bij inbreng, fusies en splitsingen
  • Aanpassing vrijstellingspercentage in het stelsel Tax Shelter

Naast deze wijzigingen volgen nog een 2e en 3e pakket maatregelen (vanaf aanslagjaar 2020 en 2021).

Frank Sanctorum

Februari 2018